Pagina's

dinsdag 8 november 2016

Zet de wereld centraal! Stand Up Filosoof Laura van Dolron sluit #OWD2016 af


Op donderdag 8 november waren 'De Onderwijsdagen' in Rotterdam waar ik voor de 2de keer heen ben geweest.
Ik heb van elke sessie en elke keynote die ik heb bijgewoond een real time blog gemaakt. Deze zijn hier te lezen. 

De dag eindigt met een standup filosoof Laura van Dolron die probeert de dag samen te vatten.
De woorden die haar opvalt zijn ‘innovatie’ en ‘aandacht voor de student’.

Laura houdt niet van Virtual Reality maar is er vooral bang van. Daarbij legt het allemaal af bij echt contact.

Het was haar ook al opgevallen dat Jet Bussemaker wat kleiner is dan je zou hebben verwacht:).

Het gebruik van andermans materiaal is lastig. Laura wil vanuit ego het vooral zelf doen. Zo is het haar geleerd door docenten die haar altijd centraal hebben laten staan:).

Laura is sceptisch over neutrale woorden die een positieve lading krijgen zoals innovatie, transformatie, flexibiliteit. Ze betoogt om de woorden neutraal te laten omdat dat anders ten koste gaat van andere woorden die wel positief zijn zoals rust en liefde.

Door dingen een naam te geven komt het tussen jou en het mysterie te staan. Een mooie gedachte. Bij Adam en Eva had niets een naam nodig omdat alles één was.

Volgens Laura moet NIET de leerling centraal staan maar de LEERstof en de PASSIE van de docent over een bepaald onderwerp.

Hoe meer antwoorden we hebben hoe minder vragen we stellen.

Misschien moeten we de WERELD centraal stellen en de docent en leraar NAAST elkaar laten staan en te laten luisteren naar een zwangere stand up filosoof.

Dank Laura voor je mooie afsluiting.

Keynote: how do we find the time to innovate? #OWD2016


Op donderdag 8 november waren 'De Onderwijsdagen' in Rotterdam waar ik voor de 2de keer heen ben geweest.
Ik heb van elke sessie en elke keynote die ik heb bijgewoond een real time blog gemaakt. Deze zijn hier te lezen. 

De dag eindigt met een Engelstalige spreker Tony Crabbe.

Het gaat niet om managen van tijd maar om managen van aandacht.

Tony gaat met ons terug naar 21 oktober 2015, ‘Back tot the future day’ en komt tot de conclusie dat de fysieke wereld niet echt veel veranderd is. Dit geldt niet voor de 'psychische wereld'. Die is enorm veranderd ten opzichte van de jaren 80. 

Tijdens de presentatie laat Tony ons interactief aan de slag met de mensen die naast ons zitten en hij voert een aantal experimenten met ons uit. 

Tony laat ons in 10 seconden even kennis maken met de buurvrouw/man om elkaar te vertellen waar je mee bezig bent.

Vervolgens moet je elkaar een cijfer geven over hoe druk je denkt dat de buurman/ vrouw is. Daarna koppelde hij even terug en gaf aan dat de meeste mensen ook aangeven waarmee ze druk zijn waarna de andere partij ook zijn verhaal kwijt kan.

Zijn betoog is dat mensen verslaafd zijn aan het krijgen van input. We zijn constant bezig met onze telefoons en devices. Hij geeft aan dat je hersenen rust nodig hebben en dat ze in deze stille momenten komen tot nieuwe ideeën.

Als we teveel met tijd bezig zijn gaat dat ten koste van creativiteit en effectiviteit.

Een van de grootste problemen van deze tijd is het hebben van aandacht voor elkaar. We zijn dat door alle prikkels verleerd.

Hij komt met het voorbeeld van surfers die de juiste golf kiezen om op te gaan en daarvan te genieten. Je kunt niet op alle golven tegelijk golven.

“choose your wave” 

Naast de keuze om je op een bepaald onderdeel te richten moet er daarnaast ook ruimte zijn om rommelig te zijn ‘strategic chaotic’.

Een surfer richt zijn aandacht volledig op de golf. Om dat voorbeeld kracht bij te zetten laat hij ons elkaar in de handen knijpen en dan proberen het woord Amsterdam andersom te spellen. Daarna doen we hetzelfde met een ander woord en constateren (uiteraard) dat het makkelijker gaat. Volgens Tony zakt je IQ met 15 punten als je 2 zaken tegelijk doet. 

“Staying on the wave”

Volgens Tony doe je steeds 3 onderdelen met je hersenen: punten onthouden, schuiven met de thema’s en zaken oplossen.

Hij geeft als tip om steeds maar 1 ding tegelijk te doen en gebruik te maken van een briefje om de eerste twee zaken op te schrijven.

Om effectiever te werken kun je:

  • Beter de telefoon thuis in een bakje doen
  • Beter je telefoon niet bekijken voordat je naar bed gaan
  • Beter maar 1 ding doen tegelijk
  • Beter op 1 goed iets richten dan op veel minder goede zaken (Apple)

Hij komt met een leuke vergelijking met het lopende buffet. Als je alles lekker vind dan eindig je met een bord vol eten dat er zeer onsmakelijk uitziet.

Je moet bij het opscheppen andere vragen stellen.

Een onderzoek toont aan dat mensen gemotiveerd blijven als ze vooruitgang boeken bij projecten die van belang zijn voor je. Het leegmaken van je mailbox is misschien heel fijn maar beter is het te kijken naar dingen die voor jou van belang zijn. 

“Next month never happens”

Tony geeft een mooi voorbeeld van het feit dat mensen denken dat ze in de toekomst meer tijd gaan hebben voor zaken waar ze nu niet aan toekomen maar dat er eigenlijk niets veranderd.

Innovatie komt niet vanzelf!

Zijn tip om dingen gedaan te krijgen is om het onderdeel uit te maken van je dagelijkse routine om er een gewoonte van te maken.

Maak interactief lesmateriaal met open source auteurstools #OWD2016


Op donderdag 8 november waren 'De Onderwijsdagen' in Rotterdam waar ik voor de 2de keer heen ben geweest.
Ik heb van elke sessie en elke keynote die ik heb bijgewoond een real time blog gemaakt. Deze zijn hier te lezen.
De laatste sessie van de dag gaat over het maken van interactief lesmateriaal (e-module) met open source auteurstools. De presentatie wordt gegeven door Mathijs Doets van Erasmus MC).
http://www.xerte.org.uk
Onder een e-module bedoelt men een zelfstandig te volgen stukje online stof waar men ongeveer twee uur over doet. Er zijn momenteel 90 modules gemaakt door een team van docenten.


Men maakt gebruik van verschillende tools zoals Authorware, CEL, Xerte Online toolkits en OpenLabyrinth.

De modules zijn ingebed in het onderwijs sluiten aan bij de rest van de stof maar de studenten worden niet gemonitord (of ze het hebben gevolgd of andere vormen van learning anal).

De modules zijn voor de studenten een manier om zich voor te bereiden op de lessen.

Voordelen van de modules is dat ze interactief zijn en hele visueel. Uiteraard kunnen ze de modules in eigen tijd en tempo volgen. 

De modules worden volgens een aantal ontwerpprincipes vormgegeven zoals

  • Structureer de info
  • Kies wat noodzakelijk is
  • Visualiseer
  • Begin met belangrijkste stof
  • Herhaal en vat samen
  • Maak het interactief en praktisch

Als voorbeeld noemt bij een module om klinisch te redeneren door een diagnose te stellen. Ze hebben hiervoor een soort van virtuele cliënt ontwikkeld. Mathijs laat een filmpje zien van een oudere mevrouw die in 30 seconden een verhaal vertelt.

De student kan vervolgens kiezen wat voor een vraag hij gaat stellen. Voor elke vraag krijgt de student een paar punten en hij moet binnen een bepaald aantal vragen de diagnose stellen. Een soort van gamificatie.

Er zijn verschillende soorten modules mogelijk:

1 Vaste route (lineair)

2 Vertakte casus (de keuzes bepalen de route) (tijdrovend)

3 Simulaties (serious games)(extern bedrijf ingeschakeld)



Vervolgens gaat Mathijs in op de tools die hij gebruikt en zet de voor- en nadelen uiteen.


Xerte Online toolkits
OpenLabyrinth.

Lineaire casus/ beperkte vertakkingen
Veel interactie

Meer geschikt voor vertakte casus
Minder interactie

Open source
Gratis
Community van gebruikers
WYSIWYG
Intuïtief
Aanpasbaar
Tracking
Open source
Overzichtelijk
Iets stijlere leercurve
Aanpasbaar
Standaarden
Variabelen
Online

Werkwijze Erasmus MC

  • Docenten maken het materiaal zelf maar worden ondersteund op gebied van didactiek en techniek.
  • Er worden trainingen van 60-90 minuten aangeboden.
  • Ondersteuning bij de productie (maken video, bewerken afbeeldingen etc.)
  • Evaluatie koppelen aan reguliere onderwijsevaluatie.
  • Jaarlijks onderhoud en revisie.


De modules zijn ook beschikbaar voor andere opleidingen op de website medisch onderwijs. 

Conclusies


  • Docenten kunnen er goed mee werken
  • Groeiende gebruikersgroep
  • Ondersteuning (onderwijskundig, faciliterend en productie) is belangrijk
  • Studenten waarderen de modules
Als ik de zaal uitloop weet ik niet zo goed wat ik van deze presentatie moet denken.
Alles wat ik heb gezien kan in principe ook in een elo zoals we die nu gebruiken (Blackboard). Het feit dat het gratis en open source is, is natuurlijk te gek.
Misschien heb ik nog te weinig gezien van de tools om er een goed oordeel over te kunnen vellen. Het is absoluut de moeite waard om bij wijze van experiment met 1 van de genoemde sites aan de slag te gaan. 

Blended onderwijs in de digitale wijk #OWD2016


Op donderdag 8 november waren 'De Onderwijsdagen' in Rotterdam waar ik voor de 2de keer heen ben geweest.
Ik heb van elke sessie en elke keynote die ik heb bijgewoond een real time blog gemaakt. Deze zijn hier te lezen.
De derde sessie waar ik bij aansluit is ‘Blended onderwijs in de digitale wijk’ van Frowine den Oudendammer en Mariëtte Siemons beiden van Hogeschool Leiden.
Achteraf gezien vond ik dit de interessantste presentatie. Enerzijds omdat het heel nauw aansloot bij een project waar ik zelf bij betrokken was binnen mijn eigen faculteit en omdat er sprake was van een soort van 'ontwikkelteams' waarbij inhoud, didactiek en technologie door verschillende partijen werd ingevuld.


Ik werd geprikkeld door de tekst op de website:

De Hogeschool Leiden introduceert een nieuw curriculum bij de bacheloropleiding verpleegkunde. Dit curriculum is ingericht als een digitale wijk met een diversiteit aan bewoners en voorzieningen, waarbij studenten in beroepssituaties kijken naar het welbevinden van de bewoners.”

Naast mijn werk als I-adviseur werk ik ook als docent bij een faculteit Social Work dus deze presentatie is op meerdere gebieden interessant voor mij.

De aanleiding voor de curriculumvernieuwing is dat het beroep voor verpleegkundige veranderd door de maatschappij. Er is ook een landelijk profiel waarin allerlei afspraken staan beschreven die leidend zijn.

Die vernieuwing gaf kans om het onderwijs grondig te herzien.

ICT speelt daar een grote rol in maar het gaat niet om ICT maar om onderwijs. 

“Technologie kan goed onderwijs versterken maar goede techniek kan geen slecht onderwijs beter maken”. 

Er werd uitgegaan van een aantal leer- en ontwerpprincipes.


LEERprincipe
ONTWERPprincipe
Leren kun je overal
Blended
Leren is verwonderen
Stimuleer nieuwsgierigheid
Balans veiligheid en uitdaging
Leren in challange zone
Leren doe je samen
Afkijken mag
Leren doe je door nieuwe betekenis te geven
Praktijkgericht leren
Iedereen leert anders
Richt het leren flexibel en variabel in
Samenhang bevorderd leren
Keep it Smart Simple (Kiss)


Hieruit ontstonden allerlei kenmerken voor nieuw curriculum
  • Het idee ontstond snel om te werken vanuit een ‘wijkidee’. Ze hebben personages en beroepssituaties bedacht (bewoners van wijk). Gedurende de opleiding maken studenten kennis met deze personen.
  • Volgens de BIG moeten de studenten veel stage lopen. Ze zijn hier wel creatief mee omgegaan.
  • Eenduidige structuur
  • Onderwijs in kleine groepen
  • Efficiënt (als ICT dingen kan vereenvoudigen)
  • Inzetten bestaand materiaal (i.p.v. alles zelf te maken)


Bij het idee van de virtuele wereld waren er wel een paar hobbels. Wie zou het moeten gaan maken en waarom zou je een virtuele wijk creëren als ze in de echte wereld kunnen leren.

Tussenoplossing was om de leeromgeving als wijk te gaan zien. Bij hogeschool Leiden is toen iemand aangesteld (Mariëtte) als ICT-onderwijsadviseur om die vertaling te vertalen.


We krijgen een demonstratie van het systeem dat is opgebouwd rondom sharepoint. We zien een soort van buttonwebsite.

Als je op de knop HBO-V klikt dan kom je bij andere buttons met de beroepssituaties waarin je terecht kunt komen maar zijn er ook veel andere buttons te vinden zoals praktijkleren. 

Als je dan doorklikt op de button kom je op een website waarin elk onderwerp wordt geïntroduceerd met een filmpje. Verder staat alles beschreven zoals normaal (beroepssituatie, onderwijsplanning, groepsopdrachten, toetsing en beoordeling, rollen en leerdoelen). Grappig is dat ze ook (rechtenvrije) foto’s gebruiken om de personen uit de casi een gezicht te geven.
(Binnenkort ontvang ik hopelijk een aantal screenshots die ik hier kan plaatsen) 

Uiteindelijk heeft men met relatief simpele middelen optimaal gebruik gemaakt van ICT in onderwijs. Het ziet er heel leuk uit en is een goede vervanging van het papieren moduleboek.

Het curriculum is niet flexibel opgebouwd. De opleiding wil niet dat studenten lukraak hun eigen weg kiezen. Ze mogen wel kiezen bij een werkvorm of opdracht die bij hen past. Dat is ook een vorm van flexibilisering.

Een andere vorm van differentiëren is vaardigheidsonderwijs (hoe moet je tillen, spuit zetten etc.). Hiervoor gebruiken ze filmpjes die ze niet zelf willen maken. Hiervoor hebben ze samengewerkt met uitgeverij Pearson en expert college. Dat heeft geresulteerd in een omgeving met filmpjes en kleine deeltoetsen die ze voldoende moeten hebben voordat ze de praktijk in gaan.

Ze maken ook gebruik van GGZ academie en gradework (digitaal nakijken).

Omdat dit een samenwerking is met de uitgever kopen de studenten een boek en ze krijgen de leermaterialen erbij. De opleiding heeft zelf de inhouden aangereikt, Expert heeft de inhouden vormgegeven en de uitgever Pearson verkoopt het materiaal. 

Tips:

  • Gewoon beginnen
  • Begin klein en hou het overzichtelijk
  • Sluit aan bij ICT kennisniveau en bouw dit uit
  • Geef voldoende tijd en ruimte voor ontwikkelaars en docenten
  • Bied ondersteuning just in time! (onderwijskundig en ICT)
  • Aandacht voor veranderende rollen en taken
  (De onderwijsmodules duren 4 weken in plaats van 10 zoals bij 'ons').

Jet Bussemaker #OWD2016 en panelgesprek


Op donderdag 8 november waren 'De Onderwijsdagen' in Rotterdam waar ik voor de 2de keer heen ben geweest.
Ik heb van elke sessie en elke keynote die ik heb bijgewoond een real time blog gemaakt. Deze zijn hier te lezen.
Niemand minder dan onderwijsminister Jet Bussemaker spreekt ons dit congres aan als breekpunt van de dag voordat we aan de lunch gaan beginnen.

Het thema is ‘Onderwijs op maat met open digitaal leermateriaal’. 

Jet is blij met de onderwijsdagen en het delen van kennis.

Het delen van ervaringen kan spannend zijn want je gaat met ‘de billen bloot’. Je kunt ontdekken dat je zelf ook niet alles kan.

Toch is het van belang je hiervoor open te stellen want hierdoor blijf je leren.

Ze geeft het belang aan van studeerbaardheid in eigen tijd en tempo en dat we meer moeten delen. Om te beginnen met materiaal die we al gebruiken.

Als we de krachten bundelen ontstaat er kwalitatief hoge lesstof.

Voor haar is dit delen en hergebruiken een belangrijke opdracht voor SURF om kwaliteit te verbeteren, kosten te verlagen en ons internationaal neer te zetten.

De inhouden moeten vrij en toegankelijk zijn omdat de kern van onderwijsinstellingen is het kennis delen.

We moeten natuurlijk wel afspraken maken en ervoor zorgen dat deze kennis niet in private handen commercieel misbruikt gaat worden.

We hebben koplopers en verkenners nodig om dit te doen. Er zijn 4 universiteiten bezig hun wiskundemateriaal open te stellen. Ook in HBO vinden ontwikkelingen plaats. Volgens haar lopen we hier voorop in Europa en de wereld. 

Wat wil mevrouw Bussemaker hier aan bijdragen:

  • Budget stimuleringsregeling verdubbelen
  • Regeling hergebruik materiaal
  • Docenten extra 'punten' geven die delen

Vervolgens gaat ze met een aantal mensen in gesprek over dit onderwerp.

2 docenten, 2 bestuurders en 2 studentenvertegenwoordigers.

Achteraf bleken het allemaal pleitbezorgers door 'open euducational resources' dus men was allemaal positief over dit concept. 

De eerste vraag gaat over drempelvrees. Dat wordt herkend en dat heeft verschillende oorzaken. Belangrijk is dat we vanuit de didactiek moeten gaan kijken waarom we bepaalde zaken willen.



De vraag is hoe je dat doet? 

Anka Mulder geeft antwoord. Volgens haar willen de meeste docenten kennis delen. Ze werken niet voor niets in het onderwijs.

Ingewikkelder is het HER-gebruik van materiaal. Docenten willen dat de kwaliteit van dat materiaal goed is en zijn huiveriger om andermans materiaal te gebruiken.

De vraag is dan aan de docenten wat ze nodig hebben om dat te laten slagen.

Jet vraagt aan de docenten of ze ook die drempel ervaren. Het gebruiken van kleine stukjes van andermans materiaal is geen enkel probleem. Het hergebruiken van een gehele cursus is een ander verhaal. Je moet tijd hebben om het beschikbare materiaal om te vormen naar je eigen didactiek.

Het antwoord van de lector is dat we juist het open onderwijs moeten adopteren. Wat weerhoudt of stimuleert docenten in dat delen.

Hij merkt op dat in het informele circuit binnen het HBO veel wordt gedeeld.

Bij een universiteit gaat het toch ook meer om onderzoek.

Een tip die hij geeft is om eerst te delen in vertrouwde kring om te zien wat werkt. Daarna kun je het verder verspreiden. Daarbinnen moet je wel fouten mogen maken. Ook van belang is om docenten te ondersteunen met copyright en metadateren. De docent moet je vanuit zijn passie aanspreken. 

Tip is om klein te beginnen en ervoor te zorgen dat elke instelling zijn eigen identiteit moet behouden. 

De studenten mogen aangeven wat zij belangrijk vinden. Het is een nieuwe middel om kennis met elkaar te delen. Studenten gaan nu al op zoek naar vergelijkbaar materiaal. Docenten kunnen bij dat materiaal aangeven of het geschikt is.

Jet vat samen:

Er moet meer tijd komen voor de interactie tussen docent en student

Het aanbod wordt steeds visueler

Anka merkt op dat het bedrijfsleven (lees: uitgevers) geld verdient aan mooi ontwikkeld onderwijs. Jagen we studenten niet op kosten? Jet voelt zich hiervoor verantwoordelijk en wil de kennis toegankelijk houden omdat het onderwijs is gemaakt met publieke middelen.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we deze slag winnen.

Het materiaal ontwikkelen is 1 maar het laten indalen bij docenten is 2.

Het verleden heeft uitgewezen dat het niet helpt om die stof in een databank te zetten.

Bestuurders moeten docenten in staat stellen hiermee aan de slag te gaan.

Opmerkelijk was dat in een presentatie die ik bezocht precies datgene gebeurde waar Jet Bussemaker op tegen was: het verdienen aan kennis door uitgevers.